rubriek

  • Mijn doel is over 10 jaar een toercaravan te kunnen kopen met een waarde van stel € 10.000,00.
  • Je kunt met deze rekentool variëren met rendementspercentages.
  • Je kunt met deze rekentool rekening houden met een geschat inflatiepercentage.

 

  • Mijn doel is een toercaravan te kunnen kopen met een waarde van stel € 10.000,00.
  • Je kunt met deze rekentool variëren met rendementspercentages.
  • Je kunt met deze rekentool rekening houden met een geschat inflatiepercentage.

Variabelen:

- gewenst eindkapitaal = spaardoel = doelkapitaal

(welk bedrag wil je bij elkaar sparen)

 

- startkapitaal (indien van toepassing)

(als je een beginkapitaal hebt, vul dat hier dan in. Dit wordt dan meegenomen met de berekening)

 

- periodieke inleg per maand of per jaar

(het bedrag wat je iedere maand of ieder jaar gaat sparen of beleggen)

 

- spaarrente of rendement

(wat is spaarrente of het verwachte effectieve rendement per jaar?)

 

- Belast in Box 3

(ja of neen)(bij ja het werkelijk behaalde rendement belasten met 33%)

 

Het resultaat moet dan zijn: Spaardoel bereikt in x jaar en x maanden

 

  • Je kunt bij deze rekentool met een startkapitaal rekening houden.
  • Je kunt het maandelijkse spaarbedrag invullen.
  • Je kunt rekenen met de huidige of actuele rente.
  • Je kunt rekenen met iedere ander rentepercentage.

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met geld sparen voor later. Dit komt vooral door het rente op rente effect: de laatste jaren dat er wordt gespaard, gaat het extra snel als je eerder bent begonnen.

 

Variabelen:

- spaarbedrag per maand of per jaar

- hoeveel jaar ga je sparen?

- hoeveel jaar ga je eerder beginnen met sparen?

- wat is het verwacht netto rendement

 

Resultaat:

verschil tussen beide looptijden

 

Door inflatie wordt geld minder waard. Een euro is nu meer waard dan een euro over 10 jaar. Deze berekening toont hoeveel een bepaald geldbedrag nu, door inflatie, over een aantal jaren nog waard is.

De berekening toont ook hoeveel dit bedrag dan nu waard is.
Ook kan – door een jaartal in het verleden in te voeren – de inflatie t.o.v. het verleden berekend worden.

Variabelen:

- bedrag

- jaar

(Voor welk jaar wil je de waarde berekenen?)

- inflatie%

(De (gemiddelde) inflatie per jaar. Volgens het CBS is deze sinds 1997 gemiddeld 1,92% per jaar.)

 

Resultaat: 

de waarde van bedrag x nu is in jaar y: ?

 

 

 

De contante waarde van een bedrag is de actuele waarde van een geldbedrag dat pas in de toekomst beschikbaar is.

Zou je de berekende contante waarde gedurende de opgegeven periode sparen met de opgegeven rente, dan zal het eindkapitaal de opgegeven toekomstige waarde zijn.

 

Variabelen:

- Toekomstige waarde

(vul bedrag in)

- Na een periode van 

(vul x-jaar, of x-maanden in - Na welke periode komt het geldbedrag beschikbaar?)

- Rente (per jaar)

Resultaat: contante waarde

De toekomstige waarde is de waarde die een kapitaal nu in de toekomst zal krijgen. Het rentepercentage, de looptijd en de (periodieke) inleg zijn de bepalende factoren. 

Variabelen:

- huidige waarde in €

- periodieke inleg in € per periode (indien van toepassing)

(Het bedrag dat je iedere maand of jaar extra inlegt.
NB De berekening gaat er vanuit dat het bedrag steeds aan het begin van een periode wordt ingelegd.)

- looptijd in jaren

(Na welke periode komt het geldbedrag beschikbaar?)

- Rente als % per jaar

Resultaat: toekomstige waarde (ook wel eindkapitaal genoemd)

 

 

Deze berekening berekent en toont de jaarlijkse vermogensgroei (vermogensopbouw) in Box 3 na belastingen bij een eenmalige en/of periodieke inleg.

 

Variabelen:

- startkapitaal

- periodieke inleg (per maand of jaar)

- indexering inleg (inflatiecorrectie)

- looptijd (in jaren)

- jaarlijks rendement in %

- belast in Box 3? (ja = 33% heffing)

- met of zonder fiscaal partner?

Opmerkingen:

  1. De berekening gaat er van uit dat de box 3 belasting wordt geheven in het jaar zelf.
  2. Het heffingsvrij vermogen in Box 3 is geïndexeerd (CPI, 1,6%) meegenomen in de berekening.
  3. De inleg is de contante waarde aan het begin van het jaar van het in dat jaar periodiek ingelegde (extra) geld.

Resultaat: netto eindkapitaal met grafiek

Deze berekening geeft een antwoord op vragen als:

  • Hoe lang kan ik van mijn opgebouwde vermogen leven?
  • Hoe lang kan ik een eenmalige betaling gebruiken voor periodieke kosten?

Deze berekening toont de te verwachten looptijd bij periodieke onttrekking(en) aan een vermogen of kapitaal en toont de vermogenspositie (na belastingen) gedurende de looptijd.

 

  • Variabelen
  • vermogen bij aanvang
  • periodieke uitkering per maand of per jaar
  • indexering uitkeringen
  • spaarrente / rendement
  • belast in box 3? ja en neen

 

Resultaat: verwachte looptijd in jaren en maanden en alleen in maanden